Personeel & organisatie

Civielrechtelijk bestuursverbod voor malafide bestuurders

Om misbruik van rechtspersonen die betrokken zijn bij een faillissement tegen te gaan, is een nieuwe wet aangenomen op grond waarvan een bestuursverbod kan worden opgelegd.

Op dinsdag 5 april 2016 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod als hamerstuk afgedaan.

Door deze wet wordt het mogelijk om malafide bestuurders langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod op te leggen. Deze wet heeft een breder bereik dan alleen de bestrijding van faillissementsfraude. Het gaat ook om de bestrijding van aperte onregelmatigheden in of rondom een faillissement, zoals ernstige tegenwerking van de curator, faillissementsrecidive en benadeling van crediteuren voorafgaand aan een faillissement. Met deze wet wordt beoogd misbruik van rechtspersonen tegen te gaan.

Wanneer kan een verbod worden opgelegd?

Op vordering van de curator of op verzoek van het Openbaar Ministerie kan de rechtbank een civielrechtelijk bestuursverbod opleggen. Om te voorkomen dat dit verbod als het ware boven het hoofd van bonafide bestuurders zou hangen, is ervoor gekozen om een limitatieve lijst van gronden op te nemen. De rechtbank kan het bestuursverbod opleggen indien tijdens het faillissement of in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement van de rechtspersoon zich het volgende voordoet:

  1. De rechter onherroepelijk heeft geoordeeld dat de bestuurder van de rechtspersoon voor zijn handelen of nalaten aansprakelijk is;
  2. De bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon paulianeuze rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk heeft gemaakt, waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die rechtshandelingen door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak zijn vernietigd;
  3. De bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn wettelijke informatie- of medewerkingsverplichtingen;
  4. De bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken is geweest bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; en
  5. Aan de rechtspersoon of aan diens bestuurder een onherroepelijke boete is opgelegd omdat er opzettelijk geen of een onjuiste belastingaangifte is gedaan of indien als gevolg van opzet of grove schuld geen, te weinig of te laat belasting is betaald.

Let wel, de rechter heeft, ook al is er voldaan aan één of meerdere van voornoemde gronden,  de beoordelingsvrijheid om, gelet op alle omstandigheden van het geval,  toch geen bestuursverbod op te leggen.

Registratie van de uitspraak

Het civielrechtelijke bestuursverbod heeft tot gevolg dat de malafide bestuurder maximaal vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een rechtspersoon mag zijn. De registratie van de opgelegde verboden dient te voorkomen dat een persoon met een bestuursverbod opnieuw tot bestuurder of commissaris kan worden benoemd. Mocht dit toch gebeuren, dan zal de benoeming nietig zijn. Belangrijk om te vermelden is dat het verbod is beperkt tot het besturen van rechtspersonen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een persoon nog wel aandeelhouder van een vennootschap kan zijn.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van het civielrechtelijk bestuursverbod wordt op een later tijdstip bij koninklijk besluit bepaald.

Marloes Claessens is werkzaam in de praktijkgroep Corporate & Commercial van HVG en houdt zich vooral bezig met de (internationale) ondernemingsrecht- en insolventierechtpraktijk.

Advocaten van HVG advocaten en notarissen delen door middel van blogs hun ervaringen met het nieuwe ontslagrecht. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag

Tools en downloads:

Doe de WWZ-check en controleer of uw arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met de WWZ

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid