Personeel & organisatie

Twijfels en onderzoek over WWZ. Oftewel, mosterd na de maaltijd

De WWZ is een feit en daar moeten we mee dealen – maar makkelijker is het er niet op geworden. Want de wet is niet op alle punten consistent en schept regelmatig onduidelijkheid.

De afgelopen week viel mijn oog op twee opmerkelijke nieuwsberichten over de WWZ. In het eerste bericht dat ik las, uitte de Tweede Kamer haar twijfels over de uitwerking van de nieuwe flexregels. ‘Nu pas?’, vraag je je wellicht af. Zat men even niet op te letten toen het wetsvoorstel in rap tempo door de Kamer werd geloodst? Een tweede bericht was afkomstig van minister Asscher. Hij kondigt aan te gaan onderzoeken of de loondoorbetaling bij ziekte kan worden teruggebracht naar één jaar. Ook dat is wat mij betreft mosterd na de maaltijd. De angst voor de doorbetalingsplicht en ontslagbescherming van twee jaar is de reden dat werkgevers terughoudend zijn met onbepaalde tijd-contracten. De WWZ gaat die angst niet wegnemen.

Dienstjaren bepalen veel (maar niet alles)

Feit is dat de WWZ er nu is en dat we ermee moeten dealen. Het is aan mij en mijn collega-arbeidsrechtspecialisten om enige duidelijk te scheppen. Dat is hard nodig, want de WWZ is niet op alle punten consistent. Een goed voorbeeld zijn de dienstjaren in de WWZ. Dienstjaren zijn van invloed op het recht op onbepaalde tijd, de weging van het afspiegelingsbeginsel bij een reorganisatie en de hoogte van de transitievergoeding.

Onbepaalde tijd
De nieuwe ketenregeling wordt vanaf 1 juli 2015 doorbroken met een tussenpose van minimaal zes maanden in plaats van drie maanden. Tijdelijke contracten aangegaan vóór 1 juli 2015 kunnen echter niet plotseling per 1 juli voor onbepaalde tijd worden. Wordt op of ná 1 juli binnen zes maanden een nieuw contract voor bepaalde tijd gesloten, dan is op de gehele keten alsnog de nieuwe ketenregeling van toepassing. Een onderbreking van drie maanden verliest dan zijn waarde, waardoor direct een contract voor onbepaalde tijd kan ontstaan.

Afspiegeling
Voor het afspiegelingsbeginsel geldt dat contracten aangegaan vóór 1 juli 2015 niet meetellen, als er een onderbreking is geweest van drie maanden. Ook niet als ná 1 juli 2015 een nieuw contract in de keten wordt aangegaan.

Transitievergoeding
Vanaf 1 juli 2015 werden contracten/arbeidsjaren van vóór 1 juli 2015 aanvankelijk meegewogen bij de berekening van de ontslagvergoeding. Tenzij er een onderbreking is geweest van minimaal zes maanden. Hoe kun je uitleggen aan een werknemer dat zijn dienstjaren hem wel recht geven op onbepaalde tijd, maar dat hij diezelfde dienstjaren niet te gelde kan maken bij een reorganisatie (als gevolg waarvan hij zijn baan verliest), waarbij die dienstjaren wel weer worden meegewogen bij de transitievergoeding?

Ophef onder seizoenswerkgevers

De regeling voor wat betreft de vergoeding leidde bovendien tot veel ophef bij de seizoenswerkgevers. Werknemers die jaar in jaar uit een contract voor bepaalde tijd hadden en van wie het contract na dit seizoen weer van rechtswege zou eindigen, maken opeens aanspraak maken op een substantiële vergoeding. Door een reparatiewet is de impact hiervan beperkt. Contracten van vóór 1 juli 2012 tellen niet mee als er een onderbreking is geweest van minimaal drie maanden. Ondanks deze reparatie zijn er toch werkgevers geweest, die de arbeidsovereenkomsten nog snel vóór 1 juli 2015 hebben beëindigd. Werknemers lijken hiermee juist de dupe te worden van hun recht op een transitievergoeding.

Reparatiewet helpt niet bij terugkeer op eigen initiatief

Met de reparatiewet is de discussie van de zogenaamde spijtoptant (een werknemer die zelf heeft opgezegd en vervolgens op eigen initiatief is teruggekeerd), ook niet opgelost. Als hij binnen zes maanden is teruggekeerd, kan hij weer aanspraak maken op dienstjaren tot 1 juli 2012. Bij een terugkeer binnen drie maanden kan hij zelfs weer aanspraak maken op zijn volledige arbeidsverleden. Is dat wel redelijk? In de crisis zijn bovendien veel beëindigingsovereenkomsten getekend, mogelijk zonder toekenning van een vergoeding. Als een werknemer – omdat het werk aantrok – binnen zes maanden weer in dienst is getreden, dan ‘herleven’ de dienstjaren tot 1 juli 2012. Alle dienstjaren tellen mee, als hij binnen drie maanden is teruggekeerd. Kunt u het nog volgen?

Dat de nieuwe regels niet leuk zijn voor met name flexwerkers, is inmiddels wel duidelijk. De regels zijn helaas ook allesbehalve makkelijk gemaakt. Geen goede reclame voor de overheid.

Karlijn Bressers is arbeidsrechtadvocaat bij HVG. Ze is actief in de internationale en nationale adviespraktijk aan veelal middelgrote en grote ondernemingen.

De komende weken gaan advocaten van HVG advocaten en notarissen door middel van korte blogs in op de wijzigingen in het ontslagrecht en zullen zij hun eerste ervaringen hiermee delen. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag.

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid