Pro forma ontbinding is onder de WWZ nog best puzzelen

Personeel & organisatie

Pro forma ontbinding is onder de WWZ nog best puzzelen

Ontbinding van een arbeidsovereenkomst pro forma is ook onder de WWZ mogelijk. De praktijk wijst echter uit dat rechters daar wel meer eisen aan stellen dan voorheen.

De eenvoud die je verwacht van een pro forma (een afwikkeling ‘voor de formaliteit’), waarbij partijen de rechter louter nog vragen om de gemaakte afspraken ‘even’ vast te leggen, lijkt onder de WWZ nog wel eens ver te zoeken. In de praktijk blijkt het nog best puzzelen wat er in een pro forma door de partijen allemaal kan worden beslist.

In een eerder blog zagen we dat ontbinding van een arbeidsovereenkomst pro forma mogelijk is. Uitgangspunt is dat de werkgever en de werknemer die – bijvoorbeeld vlak voor een reeds geplande zitting – overeenstemming bereiken over een minnelijke regeling, die regeling ook onder de WWZ door de kantonrechter kunnen laten vastleggen.

Voordeel voor werkgevers

Dit heeft voor de werkgever als voordeel dat de wettelijke bedenktijd van de werknemer wordt omzeild. Die is immers niet van toepassing op de schikkingen bij de rechter. Overigens kunnen werkgever en werknemer in een dergelijke situatie de rechter uiteraard ook verzoeken om de zitting aan te houden tot deze bedenktermijn is verstreken. Daar moet dan wel de financiële ruimte voor aanwezig zijn en de werknemer krijgt mogelijk later ww.

Nadeel voor werkgevers

Nadeel is dat tegen een pro forma uitspraak theoretisch hoger beroep kan worden ingesteld. Dit hoeft echter geen probleem te zijn wanneer er ook overeengekomen is dat de zaak finaal is afgedaan, oftewel wanneer de finale kwijting is overeengekomen.

Vóór de WWZ: werknemers in het voordeel

In het verleden hadden vooral werknemers belang bij een pro forma uitspraak, omdat zij op die wijze een executoriale titel verkregen voor hun vorderingen. Juist op dit punt zien we onder de WWZ een belangrijke wijziging in de jurisprudentie. Daarover hierna meer.

Starre interpretatie: de wet biedt geen ruimte voor afwijkende afspraken

Onder de WWZ zijn er bij een pro forma feitelijk nog maar twee soorten vergoedingen mogelijk, te weten de transitievergoeding of de hogere billijke vergoeding. Die laatste vergoeding is echter alleen verschuldigd indien de werkgever ‘ernstig’ verwijtbaar heeft gehandeld. De wet biedt feitelijk geen grond voor een van de transitievergoeding afwijkende vergoeding indien de verwijtbaarheid in het midden wordt gelaten.

Wij achten het echter uitgesloten dat een werkgever voor een pro forma spreekwoordelijk met de billen bloot gaat, alleen om de rechter te bewegen om aan de werknemer een hogere vergoeding toe te kennen.

Drie voorbeelden illustreren dit:

  1. De kantonrechter in Leeuwarden oordeelde in het kader van afwijkende vergoeding dat de wet geen mogelijkheid biedt voor de toekenning van een outplacementvergoeding, ook al waren partijen het daar over eens.
  2. Een andere kantonrechter oordeelde dat de wet geen ruimte biedt voor toekenning van een billijke vergoeding zonder dat er sprake is van (ernstige) verwijtbaarheid.
  3. Ook in een zaak waar de werkgever en de werknemer bereid waren om een langere opzegtermijn in acht te nemen dan de wet voorschreef, teneinde de werknemer in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van een wachtgeldregeling uit de cao, was de rechter niet zonder slag of stoot bereid daaraan mee te werken. De rechter gelaste een mondelinge behandeling. De wet is de wet was ook in die zaak het uitgangspunt.

Afwijkende regelingen toch mogelijk

Dit betekent overigens niet dat kantonrechters geen oog hebben voor de zoektocht van de werkgever en de werknemer om een afwijkende regeling op een goede manier vast te leggen.

Zo oordeelde een Rotterdamse kantonrechter dat voor afwijzing van een afwijkende vergoeding evenmin grond bestaat, indien uit de stellingen van partijen volgt dat men over de toekenning en de hoogte overeenstemming heeft bereikt.

Een collega van deze rechter loste het praktisch op door in de uitspraak te vermelden dat de werkgever bereid was om de werknemer de hogere vergoeding toe te kennen, waarin dan wel de transitievergoeding verdisconteerd was. De feitelijke toekenning van die vergoeding ontbrak en daarmee verkreeg de werknemer niet de door hem gewenste executoriale titel. Elk voordeel heb zijn nadeel, zullen we maar zeggen.

UWV bevoegd? Kantonrechter kan niets

Ten slotte dient te worden opgemerkt dat de rechter ook bij een pro forma in beginsel de arbeidsovereenkomst eerst na ommekomst van de opzegtermijn kan ontbinden. Een kortere termijn is niet mogelijk. Evenmin zal de kantonrechter pro forma kunnen ontbinden indien er sprake is van een bedrijfseconomisch ontslag of als de werknemer langer dan 2 jaar arbeidsongeschikt is. In die beide situaties is immers niet de kantonrechter maar het UWV bevoegd.

Huub van Osch is executive director bij HVG en geeft leiding aan de arbeidsrecht sectie van de vestiging HVG Eindhoven.

Advocaten van HVG advocaten en notarissen delen door middel van blogs hun ervaringen met het nieuwe ontslagrecht. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag.

Tools en downloads:

Doe de WWZ-check en controleer of uw arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met de WWZ

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid