De pensioenregelingen moeten weer op de schop. En de OR heeft nét een vetorecht gekregen.

Personeel & organisatie

De pensioenregelingen moeten weer op de schop. En de OR heeft nét een vetorecht gekregen.

De timing van deze wijziging van de wet is (onbedoeld) symbolisch. Nét nu een aantal fondsen op het punt staat te korten, komt hij door de Eerste Kamer. Voor wie het zich niet herinnert: het amendement begon daar oorspronkelijk ook mee. Pensioenfondsen van grote werkgevers drukten belangrijke wijzigingen door, zonder al te veel inspraak. Daarop volgden Kamervragen, en in 2015 een wetswijziging. De ingangsdatum is vooralsnog de grote cliffhanger. Die is namelijk nog niet bekend. Voor de fondsen die willen afstempelen betekent het een race tegen de klok.

Wat is de impact?
Die is heel erg groot. Alle wijzigingen die invloed hebben op de arbeidsvoorwaarde pensioen, moeten straks langs de OR. Er zijn maar heel weinig belangrijke beslissingen die daar niet voor kwalificeren. Een formidabele handicap voor ondernemingen en pensioenfondsen dus. Het gaat met name over premies, maar ook bijvoorbeeld over het onderbrengen van pensioenen. Als een onderneming zijn pensioenen bijvoorbeeld wil onderbrengen bij een verzekeraar, en daarover niet met de OR in gesprek wil, moeten de regelingen dus gewoon in stand blijven. Dat is een behoorlijke beperking. Bekijk je het van wat grotere afstand, dan zie je dat het de relatie onderneming-OR ingewikkelder gaat maken. Het pensioendossier staat namelijk niet los van andere dossiers binnen de onderneming.

‘Onderschat trouwens ook de impact op de OR niet. Voor de meeste OR’s is deze wijziging net zo intimiderend als voor pensioenfondsen. Ze worden van toeschouwers ineens deelnemers. De meeste raden hebben die kennis die daarvoor nodig is niet zomaar paraat.’

Wie voelt dit het meest?
Voor ondernemingspensioenfondsen is de impact het grootst, vergeleken met pensioenregelingen bij verzekeraars en PPI’s. Ondernemingspensioenfondsen zijn er (ondanks de vele liquidaties van de afgelopen jaren) nog in grote meerderheid. En het punt is: medezeggenschap is er al geregeld. Werknemers zitten in het fondsbestuur en in het verantwoordingsorgaan. Met de OR komt daar een derde laag bij. Het medezeggenschap wordt gestapeld, er is dan driedubbel medezeggenschap. En dat is een recept voor stroperigheid. Die verschillende lagen kunnen elkaar gaan tegenspreken: het verantwoordingsorgaan wil het één, terwijl de OR iets anders wil. Onderschat trouwens ook de impact op de OR niet. Voor de meeste OR’s is deze wijziging net zo intimiderend als voor pensioenfondsen. Ze worden van toeschouwers ineens deelnemers. De meeste raden hebben die kennis die daarvoor nodig is niet zomaar paraat.

Wat zijn de scenario’s?
Dat wordt nog spannend, zou je zeggen. Ik denk aan grofweg twee scenario’s. Die liggen in het verlengde van de klassieke menselijke reactie in een panieksituatie: vechten of vluchten. Het eerste scenario is het meest aannemelijk. In dat geval anticiperen pensioenfondsen en ondernemingen in hun plannen te weinig op de pijnpunten voor werknemers. Ondernemingsraden zullen daar (waarschijnlijk terecht) op reageren door hun nieuw verkregen macht aan te wenden. Dat kan een vervelend en lang gevecht worden. Het ‘vluchtscenario’ ligt minder voor de hand, maar is niet ondenkbaar. In dat geval geeft de ondernemer of het pensioenfonds al in een vroeg stadium teveel weg, uit angst voor slepende confrontaties. Of de ondernemingsraad stelt zich timide op, omdat het zich te weinig thuis voelt in de materie.

‘Waar liggen je eigen grenzen en waar liggen de grenzen van de tegenpartij? En voor ondernemingsraden komt daarbij dat ze snel deskundigheid moeten winnen op het gebied van pensioenregelingen.’

Is er een derde weg?
Zoek de diplomatieke oplossing. Dat is mijn advies. Voor zowel ondernemingen, pensioenfondsen als ondernemingsraden ligt de uitdaging in het snel te leren verkennen van de marges. Waar liggen je eigen grenzen en waar liggen de grenzen van de tegenpartij? En voor ondernemingsraden komt daarbij dat ze snel deskundigheid moeten winnen op het gebied van pensioenregelingen. Dat werk ik uit in mijn volgende twee blogs. Hoe je als pensioenfonds en onderneming slim meerderheden kunt vinden met slimme aanpassingen (link naar blog pensioenfondsen). En hoe je als ondernemingsraad kunt leren om effectief oppositie uit te voeren, zodat er niet steeds een patstelling ontstaat. Eigenlijk zijn het lessen van de parlementaire democratie, en dan met name de minderheidskabinetten. Meestal komen beide partijen er wel uit, als de een wat slimmer draagvlak zoekt en de ander bedachtzaam zijn macht aanwendt.