Drie nieuwe wwz-lekken gedicht (maar lost het iets op?)

Personeel & organisatie

Drie nieuwe wwz-lekken gedicht (maar lost het iets op?)

Door druk van werkgevers wordt de Wet Werk en Zekerheid alwéér aangepast. Lees hier wat Asscher wil veranderen aan de ketenbepaling en de transitievergoeding.

Naast de afschaffing van het minimumjeugdloon vanaf 21 jaar om jongeren een volwaardig salaris te bieden, bevat het totale pakket met arbeidsmaatregelen dat vanochtend naar de Tweede Kamer is verzonden ook aanpassingen van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). De wet wordt aangepast, terwijl de inkt van de wet feitelijk nog niet eens droog is. Opmerkelijk is bovendien dat waar de minister eerst vroeg om de wet een kans te geven en een evaluatie in 2017 af te wachten, hij nu toch al bereid is om de wet aan te passen. Druk van werkgeversorganisaties zoals mkb-Nederland en overleg op het niveau van de Stichting van de Arbeid hebben de huidige aanpassingen mogelijk gemaakt. Is het hek hiermee van de dam?

Dit wil de minister

  1. Afwijking van de ketenbepalingen als het gaat om seizoensarbeid:
    Hiermee komt in feite de 3e voorspelling in mijn blog van januari dit jaar uit. Voor seizoensarbeid – afhankelijk van natuurlijke of klimatologische omstandigheden – kan bij cao de onderbreking van 6 maanden terug worden gebracht naar 3 maanden. Hiervoor is niet langer de instemming van de minister nodig. Dat betekent feitelijk dat seizoenwerkers langer dan gewone werknemers op basis van overeenkomsten voor bepaalde tijd kunnen blijven werken. Er zijn echter ook andere omstandigheden te bedenken, waarbij het wellicht wenselijk is om met meer bepaalde tijd contracten te mogen werken. Denk bijvoorbeeld aan invalsleerkrachten, of verleners van zeer periodieke (thuis)zorg. Na een korte periode van werken is er feitelijk geen werk meer bij de werkgever voorhanden. Deze werknemers – hoe goed ze ook hebben gefunctioneerd – krijgen dan op enig moment nul op het rekest, terwijl soms tijdelijk werk wél voorhanden kan zijn. Het zou aan cao partijen moeten kunnen worden overgelaten om ook voor dat soort situaties te mogen bepalen wanneer en onder welke omstandigheden een grotere flexibiliteit gerechtvaardigd is. Met andere woorden onder welke objectief bepaalbare omstandigheden en voor welke functies uitzonderingen zouden moeten gelden. Het is zeker geen eenheidsworst en ook niet voor elke functie geldt een gelijke dynamiek in vraag en aanbod. Met een dergelijk uitgangspunt zou het aanbod van flexibele arbeid meen ik beter aansluiten op de vraag. Dit uiteraard zonder afbreuk te doen aan het voor de gehele sector geldende uitgangspunt om werknemers eerder contracten voor onbepaalde tijd aan te bieden waar dat mogelijk is.
  2. Geen transitievergoeding als er de cao al een regeling kent voor bedrijfseconomisch ontslag, ongeacht of deze regeling wel of juist niet gelijkwaardig is. 
    De minister laat het uitgangspunt los dat een ontslagregeling in de cao voor iedere werknemer gelijkwaardig moet zijn aan de transitievergoeding. De cao partijen krijgen daarbij meer ruimte om middelen voor het algemene nut in te zetten om werknemers van werk naar werk te begeleiden, zonder de daaraan verbonden kosten hoofdelijk om te slaan. Deze kosten zijn overigens ook niet altijd of zeer moeilijk op het individuele niveau terug te rekenen, alleen al omdat niet iedereen er gebruik van maakt. Overigens is in deze context opmerkelijk dat de minister in zijn brief aan de kamer ook erkent dat voor bepaalde sectoren (mkb) de omvang van de transitievergoeding voor problemen zorgt en ook niet bijdraagt aan het realiseren van bestendige arbeidsrelaties. De kosten van de transitievergoeding staan voor deze sectoren de investeringen in die relaties juist in de weg. Het is dan ook de vraag of met deze aanpassing de weg open staat naar ontslagregelingen in sectorale cao’s of cao’s voor bepaalde regio’s. Daarin zouden dan bijvoorbeeld lagere transitievergoedingen kunnen worden afgesproken, waarbij een deel van de daarmee bespaarde kosten gebruikt worden voor lokale of sector specifieke van werk naar werk projecten om daarmee de toegang tot de arbeidsmarkt te verbeteren. Ik ben benieuwd of dit nu ook tot de mogelijkheid behoort. Overigens heeft de stichting van de arbeid aan de minister voorgesteld om de transitievergoeding voor het mkb door het UWV te laten betalen en aan de mkb werkgever door te belasten in de premies. Dat is overeenkomstig de oplossing die de minister voorstelt voor de toekenning van de transitievergoeding aan langdurig zieke werknemers. De minister gaat daar op dit moment niet op in.
  3. Wél transitievergoeding na 2 jaar ziekte
    De minister wil er voor zorgen dat ook langdurig zieke werknemers recht op een transitievergoeding blijven houden. Een nobel streven aangezien we in de recente jurisprudentie hebben gezien dat deze werknemers veelal buiten de boot vielen door het ontstaan van slapende dienstverbanden. Als het aan de minister ligt zal het UWV voortaan de transitievergoeding voor haar rekening nemen na 2 jaar arbeidsongeschiktheid en de werkgever hiervoor compenseren. Overigens is dit deels een sigaar uit eigen doos, want de daaraan verbonden kosten zullen in de premies worden doorbelast. Daarmee wordt het ontslagrecht toch weer een stukje duurder, al zal de werkgever het wellicht niet direct in zijn portemonnee voelen.

Wat wrang is dat werknemers die door het faillissement van hun werkgever hun baan verliezen in de huidige opzet van de minister nog steeds géén aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding. Met de voorgestelde oplossing voor de langdurig zieke werknemers, blijft deze groep werknemers als enige verstoken van een transitievergoeding. Het had de minister gesierd om ook hier een oplossing voor te bieden. De instrumenten daarvoor worden feitelijk nu via het UWV aangeboden. Daarmee kan tevens worden voorkomen dat kwetsbare doorstartende werkgevers de lasten van hun failliete voorgangers op zich moeten nemen. Dat is nu het geval indien zij oude werknemers in dienst willen gaan nemen. Onder de huidige situatie draaien zij op voor de transitie vergoeding, mocht op een later moment (opnieuw) ontslag van de werknemer nodig zijn. Zou de minister hier een gelijke oplossing bieden als hij nu aanbiedt voor de langdurig zieke werknemer, dan is er op dat punt wellicht ook minder belemmering voor doorstarters om de door het faillissement getroffen werknemers aan het werk te houden. Daarmee zou de minister twee vliegen in een klap vangen, een socialere regeling en een toegankelijkere arbeidsmarkt.

De minister heeft denk ik een goed begin gemaakt door deze aanpassingen door te voeren, maar het mag van mij nog wel een stukje verder gaan.

Huub van Osch is een zeer ervaren arbeidsrechtadvocaat bij HVG. Hij is gespecialiseerd in arbeidsrechtelijke vraagstukken op het snijvlak van arbeidsrecht en ondernemingsrecht. Van Osch geeft leiding aan de sectie arbeidsrecht van de vestiging van HVG in Eindhoven.

Advocaten van HVG advocaten en notarissen delen door middel van blogs hun ervaringen met het nieuwe ontslagrecht. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag

Tools en downloads:

Doe de WWZ-check en controleer of uw arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met de WWZ

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid