De WWZ in 2016: 3 voorspellingen

Personeel & organisatie

De WWZ in 2016: 3 voorspellingen

Een halfjaar rechtspraak met het nieuwe ontslagrecht leert ons een paar belangrijke lessen. Welke? En belangrijker: waar gaat de WWZ dit nieuwe jaar naartoe? Ik doe drie voorspellingen.

Gaan we via de Asscher-escape naar een kantonrechtersformule 2.0? En wordt door cao’s de ketenregeling teruggebracht naar het vertrouwde concept? Dat zou zomaar kunnen. De eerste signalen zijn er dat de praktijk het ontslagrecht verder (her)vormt. Kijk maar naar de lessen die we uit de eerste ervaringen met de WWZ kunnen leren.

Terugblik: wat heeft het nieuwe ontslagrecht ons gebracht?

Wat dat betreft kan ik kort zijn. We hebben het afgelopen jaar in onze blogs veel aandacht besteed aan de praktijk van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (WWZ) die vorig jaar van kracht ging. Daarmee veranderde veel.

We worstelden met nieuwe regels

We hebben bijvoorbeeld gezien dat de kantonrechters worstelen met de nieuwe ontslagregels. Eenduidigheid in oordelen is er duidelijk nog niet. Dat is zelfs het geval als beide partijen een geregeld ontslag willen middels een pro-forma

Bungalow werd flatgebouw

Ik heb veel werkgevers het afgelopen jaar horen zeggen dat zij de eenvoud van het oude vertrouwde ontslagrecht misten, een ontslagrecht waar de meester Vissers (red: de rijdende rechter) van deze wereld hun Salomonsoordeel velden en het ontslagrecht nog overzichtelijk was. In figuurlijke zin was de oude procedure te vergelijken met een bungalow, een enkelvoudige procedure bij het UWV of de rechtbank zonder hoger beroep. De huidige procedure is in die vergelijking een flatgebouw met meerdere verdiepingen en bijgebouwen. Dat maakt het enerzijds een stuk complexer, maar biedt anderzijds partijen meer mogelijkheden om tot het uiterste het gelijk te zoeken. Het ontslagrecht is er dan ook niet bepaald eenvoudiger en sneller op geworden, zoals de minister bij de introductie voor ogen stond. Of het ook goedkoper is blijft verder nog maar de vraag.

Het ontslagrecht werd eerlijker

Het ontslagrecht is daardoor ongetwijfeld eerlijker geworden. Dit naast het feit dat er inmiddels zowel bij de rechter als bij het UWV voor de werknemer recht bestaat op een transitievergoeding. De vraag is echter of die verbetering opweegt tegen de behoefte aan rechtszekerheid. De transitievergoeding had immers ook los van de spreekwoordelijke torenflat kunnen worden ingevoerd. Enfin, dat is nakaarten. We zullen het er immers mee moeten doen.

Kantonrechters blijven vredesrechters

Dat ook kantonrechters nog worstelen met de nieuwe rol, verbaast mij overigens niet. De kantonrechter vindt zijn oorsprong in het volks(ge)recht en was van origine een vredesrechter. Het belang om geschillen tijdens een enkele zitting op te lossen en partijen bij elkaar te brengen zit dan ook in de genen. Daarbij hoort ook ruimte voor smeerolie of het nodige duwen en trekken om partijen in beweging te krijgen, zoals je wel vaker bij een salomonsoordeel ziet.

Vooruitblik. Wat kunnen we verwachten?

De ervaringen met het nieuwe ontslagrecht leert ons dus een paar belangrijke lessen. Toepassingen van het recht zorgen voor verdere (her)vorming van de WWZ. Maar waar gaat het heen dit jaar? Ik wil een paar voorspellingen doen.

1 – De Asscher-escape wordt vaker toegepast

Aan het einde van het vorige jaar zagen we dat sommige kantonrechters de zwart/wit stelling doorbraken en bereid waren om naast de transitievergoeding ook een billijke vergoeding toe te kennen. Daarmee werd een onvolledige dossier (en deels verwijtbaar handelen van een werkgever) afgestraft, in de plaats van het andere alternatief om niet te ontbinden. Op deze manier gaf de kantonrechter er blijk van dat er, afgezien van de aanvankelijk aangevoerde en te licht bevonden ontslaggrond tussen partijen, toch een patstelling was ontstaan waardoor de arbeidsverhouding te ernstig was verstoord. Het toekennen van de billijke vergoeding wordt in dit soort zaken ook wel de Asscher escape genoemd.

Op 6 oktober 2015 was de eerste uitspraak over de Asscher-escape verschenen. In die zaak was tussen de werkgever en werknemer een verhitte discussie ontstaan over een voorgestelde salarisverlaging. Toen de werknemer niet instemde, ontstond discussie over het (dis)functioneren van de werknemer. De werkgever wilde vervolgens de arbeidsovereenkomst ontbinden wegens disfunctioneren. De werknemer werd geen reële kans geboden om het functioneren te verbeteren.

De kantonrechter Amsterdam oordeelde dat het ontbindingsverzoek ongegrond was en dat de werkgever een onterechte ontslaggrond had aangevoerd om tot een ontbinding te komen. Echter, de arbeidsrelatie was inmiddels dusdanig verstoord, dat de kantonrechter om die reden toch tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst overging met toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer. Het is zeker niet de bedoeling van de WWZ dat een werkgever wordt beloond voor slecht werkgeverschap. Toch zijn er omstandigheden denkbaar waar de relatie (linksom of rechtsom) dermate verstoord is geraakt dat een weg terug eenvoudigweg niet meer mogelijk is. En hoewel het in de rede ligt dat kantonrechters zeer terughoudend zullen zijn bij toepassing van de “Asscher-escape”, verwacht ik toch dat we die de komende tijd vaker zullen gaan zien.

2 – Ontslagrecht wordt duurder

Opmerkelijk in dit kader is dat er al openlijk wordt gesproken dat de gerechtshoven werken aan een formule voor het berekenen van een dergelijke billijke vergoeding. Diezou dan naast de transitievergoeding moeten worden toegekend. Daarmee zou dan in feite een kantonrechtersformule 2.0 ontstaan. Als dat zo is, dan is daarmee ook de laatste doelstelling van de minister niet gehaald, te weten dat het ontslagrecht ook goedkoper zou moeten worden. Grosso modo is het ontslagrecht dan immers in alle gevallen duurder geworden.

3 – De flexibele schil wordt weer flexibel

Op de valreep van het oude jaar werd door vakbonden voor de cao voor Agrarisch seizoenswerk overeenstemming bereikt over alternatieven voor flexibele arbeid. Een keten van contracten kan nu al naar een onderbreking van 3 maanden opnieuw worden gestart. Op die manier wordt de overeenkomst voor onbepaalde tijd uitgesteld en komen bepaalde werknemers toch in een carrousel van contracten voor bepaalde tijd.

Daarmee zijn we feitelijk terug bij af. Opmerkelijk is dat de minister de regeling heeft moeten goedkeuren. De wet schrijft dat voor bij de onderbreking korter dan 6 maanden. De minister kan dat alleen doen voor bepaalde functies indien dat voor die bedrijfstak, met een bepaalde bedrijfsvoering, gebruikelijk is en indien die functies uitsluitend dienen te worden verricht op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

De deur voor verdere flexibilisering staat daarmee op een kier. Het blijkt wel dat aanpassing van de bestaande ketenregeling niet onbespreekbaar is.

Ik verwacht dat we ook die discussie meer gaan zien de komende tijd in andere cao’s. De flexibele schil voor veel ondernemingen is nou eenmaal een onderdeel waarmee de werkgever snel en tegen duidelijke kosten afscheid van werknemers moet kunnen nemen en ook weer snel moet kunnen aannemen. De WWZ heeft die flexibele schil vrijwel volledig bij de uitzendbranche ondergebracht en ik verwacht dat werkgevers hier weer zelf terrein zullen gaan winnen.