Personeel & organisatie

Concurrentiebeding onder de WWZ: lessen uit recente uitspraken

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd lijken de belangen van de werknemer te prevaleren boven die van de werkgever, als het gaat over concurrentiebeding. Deze en andere belangrijke lessen leren we uit de eerste uitspraken over het concurrentiebeding onder de WWZ.

In de WWZ is vastgelegd hoe een concurrentiebeding kan worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit kan alleen wanneer de werkgever zelf in de overeenkomst motiveert welke ‘zwaarwegende bedrijfsbelangen’ het concurrentiebeding noodzakelijk maken. Sinds de inwerkingtreding van de WWZ zijn er enkele uitspraken gewezen over concurrentiebeding. In de onderstaande twee uitspraken zien we hoe de nieuwe regeling wordt toegepast.

Kort geding 1: heeft werknemer de overeenkomst geschonden?

In de eerste uitspraak was het de vraag: heeft de werknemer het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding geschonden? En kan hij nog aan het beding gehouden worden? Deze kort gedinguitspraak diende in voor de Rechtbank Noord-Nederland op 8 september dit jaar. De werkgever in deze zaak is een particuliere zorginstelling. Een belangrijk deel van de dienstverlening van de werkgever betrof het beschermd wonen binnen 24-uurs zorg. De werknemer is voor bepaalde tijd van zes maanden bij de werkgever in dienst getreden. Daarna is de arbeidsovereenkomst is verlengd voor een jaar en vervolgens opnieuw voor zes maanden.

Dit stond er in de arbeidsovereenkomst

In alle arbeidsovereenkomsten is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Daarin stond, verkort gezegd, dat het de werknemer verboden was om:

  • gedurende de arbeidsovereenkomst en 2 jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, direct of indirect binnen een straal van 100 kilometer een onderneming te drijven of op enige wijze betrokken te zijn bij een onderneming met identieke bedrijfsactiviteiten als werkgever. Het was de werknemer eveneens verboden om werkzaam te zijn bij een dergelijk bedrijf in eerdergenoemde periode;
  • zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende de arbeidsovereenkomst en binnen een tijdvak van 2 jaren na beëindiging van het dienstverband zijn diensten aan te bieden aan één van de cliënten van werkgever.

Geen vierde arbeidsovereenkomst

De werkgever heeft de werknemer geen vierde arbeidsovereenkomst aangeboden. Een paar maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst heeft de werkgever ontdekt dat de werknemer een eenmanszaak had ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat zij binnen de regio van werkgever diensten had aangeboden aan ex-cliënten van werkgever. De vraag waar het in het kort geding om ging was of de werknemer het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding had geschonden en of werknemer nog aan het beding gehouden kon worden.

De uitspraak: geen identieke bedrijfsactiviteit

De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat er sprake is van identieke bedrijfsactiviteiten. De nieuwe onderneming van de werknemer richtte zich op een andere doelgroep en de werknemer beperkte zich tot het geven van kamertraining aan jongeren. De enige aansluitende activiteit was dat de werknemer hulp bood aan uitbehandelde cliënten van haar voormalig werkgever. De kantonrechter oordeelde verder, dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd welk zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zij met het vastleggen en het handhaven van het concurrentiebeding wenste te beschermen.

Berecht onder het oude recht met blik op nieuw recht

Op deze zaak was blijkens het overgangsrecht nog het oude recht van toepassing. De kantonrechter heeft echter, vooruitlopend op de WWZ, overwogen dat bij de afweging van de belangen van de werkgever en de werknemer betrokken moet worden of de werkgever kan motiveren welk zwaarwegend bedrijfsbelang door het concurrentiebeding moet worden beschermd. Gelet hierop heeft de kantonrechter het aannemelijk geacht, dat het concurrentiebeding door de bodemrechter (gedeeltelijk) zal worden vernietigd.

Kortgeding 2: is het concurrentiebeding ook van toepassing op de verlengde overeenkomst?

In de tweede uitspraak was de vraag: is het concurrentiebeding dat in 2014 was overeengekomen ook van toepassing op de verlengde arbeidsovereenkomst, die is ingegaan in 2015? Het betreft een kortgedingprocedure die plaatshad op 15 september dit jaar.

Dit stond in de arbeidsovereenkomst

De werkgever en de werknemer gingen op 31 maart 2014 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de duur van een jaar aan. In de arbeidsovereenkomst is geen tussentijdse opzegmogelijkheid opgenomen. Op 31 maart 2014 is daarnaast een aanvullende regeling overeengekomen, zijnde een concurrentiebeding. Hierin is, verkort weergegeven, opgenomen dat:

  • Het de werknemer zonder toestemming van de werkgever niet is toegestaan om gedurende een periode van één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst direct of indirect werkzaam te zijn bij, belang te hebben in of betrokken te zijn bij personen die klant en/of relatie zijn of zijn geweest van werkgever;
  • De werknemer gedurende een periode van één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen activiteiten zal ondernemen binnen een straal van 50 kilometer vanaf Almelo, welke gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten van de werkgever;

Verlenging van de arbeidsovereenkomst

De arbeidsovereenkomst is op 27 februari 2015 onder dezelfde voorwaarden verlengd. De tweede arbeidsovereenkomst is ingegaan op 1 april 2015. Op 29 juni 2015 heeft de werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 augustus. In onderhavige zaak ging het om de vraag of het concurrentiebeding zoals dat op 31 maart 2014 was overeengekomen ook van toepassing is op de verlengde arbeidsovereenkomst, die is ingegaan op 1 april 2015.

De uitspraak: geen rechtsgeldig concurrentiebeding van toepassing

De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 april 2015 moet worden aangemerkt als een nieuwe arbeidsovereenkomst, waarop de nieuwe regels voor het concurrentiebeding van toepassing zijn. Het gevolg hiervan is, dat op de verlengde arbeidsovereenkomst, die is ingegaan op 1 april 2015, geen rechtsgeldig concurrentiebeding van toepassing is. Er is immers niet voldaan aan de nieuwe regels voor het aangaan van een concurrentiebeding. De kantonrechter heeft verder geoordeeld, dat de werknemer wel gebonden was aan het concurrentiebeding, dat op 31 maart 2014 is afgesproken. Dit concurrentiebeding loopt, aldus de kantonrechter, tot 1 april 2016.

Belangen werknemer gingen voor

Vervolgens heeft de kantonrechter de belangen van de werkgever en de werknemer afgewogen. De werknemer is voornemens om bij een directe concurrent te gaan werken. De werknemer zou er financieel op vooruit gaan. Verder zouden de werkzaamheden beter aansluiten bij de door de werknemer gevolgde opleiding. De werkgever heeft uiteraard belang bij bescherming van haar bedrijfsdebiet. De kantonrechter heeft de belangen van de werknemer voor laten gaan op die van de werkgever en de werking van het concurrentiebeding geschorst.

De lessen die we hieruit leren

Bovenstaande uitspraken leren ons enkele lessen:

  • Een werkgever moet goed motiveren;

Een werkgever moet het belang voor het opnemen en handhaven van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd goed motiveren. Gelet op de eerste uitspraak, lijkt dit zelfs het geval te zijn voor arbeidsovereenkomsten waarbij feitelijk gezien het oude recht nog van toepassing is.

  • Het belang van de werknemer prevaleert al snel;

Omdat de werkgever zijn belang niet goed kon motiveren, heeft de kantonrechter het belang van de werknemer boven dat van de werkgever gesteld. Ook in de tweede uitspraak zien we dat de belangen van de werknemer prevaleren boven die van de werkgever in het kader van de beoordeling of het concurrentiebeding als onredelijk bezwarend geldt.

  • Verlenging arbeidsovereenkomst is een nieuwe overeenkomst;

De tweede uitspraak leert ons verder dat, hoewel een arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden wordt verlengd, dit niet betekent dat er geen nieuwe overeenkomst is. Dit brengt met zich dat ook het concurrentiebeding dat in de eerste arbeidsovereenkomst was overeengekomen, niet onverkort geldt voor de tweede arbeidsovereenkomst.

Nicky ten Bokum is als advocaat werkzaam bij HVG. Ze heeft zich gespecialiseerd in het arbeidsrecht, na ervaring te hebben opgedaan in het ondernemingsrecht, met een bijzondere aandacht voor het vennootschapsrecht.

Advocaten van HVG advocaten en notarissen bloggen over hun eerste ervaringen met de wijzigingen in het ontslagrecht. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag.

Tools en downloads:

Doe de WWZ-check en controleer of uw arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met de WWZ

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid