Personeel & organisatie

Centraal Beheer: ‘het APF biedt kansen voor ondernemers’

Het Algemene Pensioenfonds (APF) wordt een flexibel en beter betaalbaar alternatief voor ondernemers die steeds meer betalen voor het pensioen van werknemers. Dat verwacht Marco Heijndijk van Centraal Beheer.

De wetsvoorstellen die de weg vrij moeten maken voor het APF, liggen nu nog ter goedkeuring bij de Eerste Kamer en worden als het aan de regering ligt per 1 januari 2016 ingevoerd. Het beheren van een eigen pensioenfonds geeft werkgevers en pensioengerechtigden veel zeggenschap, maar gaat door lage rentestanden en strengere wetgeving gepaard met stijgende kosten. Ondernemers kunnen na het opheffen van hun te dure pensioenfonds alleen terecht bij grotere fondsen, waardoor de zeggenschap volledig verloren gaat, of relatief dure pensioenverzekeraars, met het risico dat stijgende kosten worden doorgerekend.

Met het APF krijgen werkgevers een alternatief gepresenteerd. Het wordt mogelijk om pensioenfondsen te bundelen onder een stichting met een gezamenlijk bestuur. Zo kunnen kosten worden bespaard, zonder dat de medezeggenschap verloren gaat. Marco Heijndijk wil als programmadirecteur van Centraal Beheer een APF oprichten zodra de wet het toestaat. Nicolette Opdam helpt Centraal Beheer namens HVG bij de voorbereiding ervan. De plannen zijn voor ondernemers al online te volgen.

Voor wie wordt het APF interessant?

Heijndijk: ‘Iedereen is welkom, alleen werkgevers die verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds kunnen nog niet van de mogelijkheden gebruik maken.’

Wat kunnen we verwachten van het APF van Centraal Beheer?

Heijndijk: ‘Het doel van het wetsvoorstel is om bedrijven toe te staan om de besturen van hun pensioenfondsen samen te voegen tot een bestuur. Wij willen een stapje verder gaan door werkgevers aan te moedigen om uit de structuur van hun eigen pensioenfonds te stappen en samen te werken met bedrijven die een vergelijkbare pensioenvorm nodig hebben. Hiermee willen we het veelvoud aan bestaande pensioenregelingen verder uniformeren en standaardiseren, omdat het huidige veelvoud aan  regelingen de pensioenen onnodig duur heeft gemaakt. Wat verder zal opvallen is dat het APF volledig digitaal zal werken. Werkgevers en werknemers leveren een deel van hun zelfstandigheid in, maar houden inspraak via een belanghebbendenorgaan. Door samenwerking worden schaalvoordelen behaald. Denk hierbij aan lagere kosten en risico’s en daardoor hogere rendementen. Centraal Beheer heeft daarbij ook de ambitie om werknemers te helpen hun volledige oude dag te beheren, ook het deel dat buiten de tweede pijler (die via de werkgever loopt red.) valt. Bijvoorbeeld met opties om als aanvulling op hun pensioen – ondergebracht bij het Centraal Beheer APF of een andere uitvoerder – te sparen of beleggen.’

Werkgevers en werknemers houden dus inspraak bij beheer van het APF. Hoe precies?

Heijndijk: ‘Wij roepen een belanghebbendenorgaan in het leven dat zal functioneren naast het bestuur en de raad van toezicht en dat een verregaande goedkeurende en adviserende rol krijgt. Leden van dit orgaan worden voor een periode van vier jaar gekozen door afgevaardigden van werkgevers en werknemers, met de mogelijkheid om die termijn twee keer te verlengen. Ook worden strenge eisen gesteld op het gebied van onafhankelijkheid en deskundigheid.
Natuurlijk moet het APF zich ook houden aan de contractuele afspraken die zijn gemaakt met de werkgevers. Het fonds wordt scherp gehouden omdat werkgevers na de afgesproken contractperiode kunnen kiezen om te vertrekken.’

‘Waar de kostenvoordelen zijn te behalen? Waar niet? De inkoopkracht wordt groter en de risico’s worden kleiner’

Vanuit de politiek en de pensioensector klinken veel geluiden dat er haast moet worden gemaakt met de invoering van het APF. Deelt u die mening?

Heijndijk: ‘Absoluut. De tweede pijlervoorzieningen staan onder druk. We zien veel ondernemingspensioenfondsen die onder water staan, terwijl werkgevers weinig andere opties hebben. Pensioenverzekeraars gaan namelijk gebukt onder een enorme lage rentestand en strenger wordende eisen van toezichthouders, waardoor ze werkgevers niet altijd verder kunnen helpen. Als het APF niet snel wordt ingevoerd, zullen werkgevers op zoek gaan naar andere oplossingen die niet optimaal zijn. Bedenk ook dat een contract met een pensioenverzekeraar meestal een looptijd van vijf jaar heeft en dat tussentijds uitstappen daardoor moeilijk gaat. Bij een snelle invoering van het APF kunnen meer werkgevers de overstap al maken.’

Waar zijn bij een APF dan kostenvoordelen te behalen?

Heijndijk: ‘Waar niet? Door een zo groot mogelijke groep deelnemers te laten vallen onder een bestuur, kunnen veel bestuurskosten worden bespaard. Doordat de inkoopkracht groter is, wordt het vermogensbeheer goedkoper. Ook worden de risico’s kleiner als je ze deelt met een grotere groep.’

Het APF is nog niet door de Eerste Kamer. Kunnen geïnteresseerden zich toch al melden?

Heijndijk: ‘We zijn bereid met iedereen te praten die geïnteresseerd is. Alles is nog wel onder voorbehoud tot Den Haag groen licht geeft en we een vergunning krijgen van De Nederlandsche Bank (DNB). We hebben goede hoop dat het lukt om ons APF op 1 januari 2016 te lanceren. DNB heeft tijdens verkennende gesprekken al laten merken met ons mee te willen denken, om het vergunningstraject zo soepel als mogelijk te laten verlopen zodra dat aan de orde is.’

HVG Achmea APF pensioen

Programmadirecteur Marco Heijndijk van Centraal Beheer en advocaat/ partner Nicolette Opdam, die Centraal Beheer namens HVG bijstaat in het vergunningstraject.