Personeel & organisatie

Bestuurders houden ook onder de WWZ een uitzonderingspositie

Onder het oude recht had de statutair bestuurder ten opzichte van de reguliere werknemers een uitzonderingspositie in het arbeidsrecht. Ook onder de WWZ gelden er voor de statutair bestuurder uitzonderingen. Dat betreft de volgende onderwerpen: de ketenregeling, de aanzegverplichting, de bedenktermijn en de beëindigingsvergoeding. Hieronder van elk een toelichting.

Uitzondering 1: de ketenregeling

De ketenregeling regelt dat elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op een zeker moment overgaan in een vast contract. De regeling is bedoeld om het oneigenlijk gebruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten tegen te gaan. Onder de WWZ gaat de overgang in een vast contract automatisch wanneer de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes maanden en een periode van 24 maanden hebben overschreden of wanneer er meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn gesloten.

Voor bestuurders geldt dat bij schriftelijke overeenkomst, bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst, van de ketenregeling kan worden afgeweken. Dit is  ten nadele van de bestuurder. De vastgestelde periode van 24 maanden kan bij bestuurders onbeperkt in tijd worden verlengd. Het maximum van drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd blijft in dat geval wel gelden.

Uitzondering 2: de aanzegverplichting

De aanzegplicht verplicht de werkgever om de werknemer schriftelijk te informeren over het al dan niet verlengen van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De wet maakt hierop geen uitzondering voor statutair bestuurders. De werkgever dient ook een bestuurder uiterlijk één maand voordat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt te informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Vanuit vennootschapsrechtelijk oogpunt is het echter onduidelijk welk orgaan invulling aan deze aanzegverplichting moet geven.

Uitzondering 3: bedenktermijn

Met de inwerkingtreding van de WWZ wordt er een bedenktermijn geïntroduceerd. Dit houdt in dat wanneer een werknemer heeft ingestemd met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst, hij hier gedurende 14 dagen op kan terugkomen. Op grond van de wet bestaat de mogelijkheid om de instemming te herroepen niet voor een bestuurder indien de bestuurder op grond van Boek 2 BW geen herstel van de arbeidsovereenkomst kan vragen. Een bestuurder van onder meer een BV, NV en Vereniging kan op grond van Boek 2 BW niet om herstel van zijn arbeidsovereenkomst verzoeken. Indien met de bestuurder een vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dan kan de bestuurder deze beëindigingsovereenkomst dus niet binnen 14 dagen ontbinden. De bestuurder van een stichting kan op grond van Boek 2 BW wel herstel van zijn arbeidsovereenkomst vragen en daarmee geldt voor deze bestuurder wel de bedenktermijn.

Uitzondering 4: beëindigingsvergoeding en transitievergoeding

De Wet normering topinkomens (‘WNT’) bevat een maximum voor uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband voor topfunctionarissen in de (semi) publieke sector. Dit maximum is 1 jaarsalaris met een maximum van € 75.000,-.

Naast deze vergoeding voor bestuurders introduceert de WWZ de transitievergoeding. Iedere werknemer, inclusief bestuurders, kan hier aanspraak op maken. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 75.000,- of één jaarsalaris indien dat hoger is dan € 75.000,-.

Een ontvangen transitievergoeding op grond van de WWZ telt niet mee voor de WNT. Dit houdt in dat bestuurders die onder de werkingssfeer van de WNT vallen naast de maximale beëindigingsvergoeding krachtens de WNT van 1 jaarsalaris met een maximum van € 75.000,-, ook aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding op grond van de WWZ. Die transitievergoeding kan op grond van het jaarsalaris van de bestuurder hoger zijn dan € 75.000,-. Bestuurders zijn dan in de mogelijkheid een beëindigingsvergoeding te ontvangen die ver boven het maximum van de WNT ligt.

Conclusie

Hoewel de WWZ voor de rechtspositie van statutair bestuurders geen grote wijzigingen met zich brengt, bevindt de statutair bestuurder zich ook onder de WWZ in een uitzonderingspositie. Deze uitzonderingspositie valt wel te verklaren. De statutair bestuurder heeft immers, anders dan reguliere werknemers, een dubbele relatie met de onderneming. Enerzijds een arbeidsrechtelijke relatie als werknemer van de onderneming, anderzijds een vennootschapsrechtelijke relatie als bestuurder van de onderneming.

Melanie van Lonkhuizen is als advocaat werkzaam bij HVG. Ze houdt zich bezig met alle aspecten van het arbeidsrecht.

De komende weken gaan advocaten van HVG advocaten en notarissen door middel van korte blogs in op de wijzigingen in het ontslagrecht en zullen zij hun eerste ervaringen hiermee delen. Heeft u vragen over het nieuwe ontslagrecht en/of wilt u een specifieke casus aan ons voorleggen? We horen het graag.

Tools en downloads:

Doe de WWZ-check en controleer of uw arbeidsovereenkomst in overeenstemming is met de WWZ

Download ons e-book over de Wet Werk en Zekerheid