Een heel oud lijk uit de kast

Oprichting & structurering

Een heel oud lijk uit de kast

Artikel 403 is tricky als het gaat om schulden van dochters, dat heb ik al vaker gezegd. Onlangs kwam de ultieme casus langs. Een holding kon twintig jaar na dato een ontslagvergoeding van ruim een ton voldoen.

Artikel 403 bepaalt dat een dochter veel minder jaarrekeningverplichtingen heeft als de moeder zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de schulden van die dochter. Het betreft dan schulden uit rechtshandelingen, zeg maar overeenkomsten. En dit is nog maar één van de voorwaarden. In een zaak voor de Ondernemingskamer ging het onlangs om het volgende. In 1987 legde een holding een verklaring af van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van een dochter, een schildersbedrijf. In 1990 werden de bedrijven onder de holding ontvlochten en werden de aandelen in het schildersbedrijf door de holding overgedragen. Artikel 403 bleef gewoon in werking.

Winterslaap
En dan gebeurt het. De adjunct-directeur van het schildersbedrijf, die al in dienst is sinds 1974, wordt begin augustus 2013 ontslagen. Ik denk dat zij ook de holding aansprakelijk heeft gesteld voor de ontslagvergoeding, want na jaren winterslaap worden ze daar ineens wakker. Op 16 september beëindigt de holding de aansprakelijkheid voor nieuwe gevallen. En ze publiceert het voornemen tot beëindiging van de aansprakelijkheid voor bestaande schulden. Maar… de bestaande schuldeisers kunnen daartegen in verzet komen. In dat geval wordt de aansprakelijkheid niet beëindigd, tenzij er een waarborg gesteld wordt. De werkneemster gaat in verzet en eist een bankgarantie. De rechtbank wijst die toe.

Opdraaien voor een ton
De rechtbank vindt (terecht) dat de ontslagvergoeding tot de bestaande schulden hoort en geen nieuw geval is. De Ondernemingskamer gaat daarin mee (de techniek bespaar ik u). De holding had ook gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de werkneemster een beroep doet op de 403-verklaring. Evenals de rechtbank wijst de Ondernemingskamer dat bezwaar af. Vanwege de rechtszekerheid kan zo’n stelling slechts in uitzonderlijke gevallen worden gehonoreerd. Het schildersbedrijf is nu failliet en de holding zal moeten opdraaien voor de ontslagvergoeding van € 113.000. Hier komt nu echt een heel oud lijk uit de kast. Aandacht voor de details had dat kunnen voorkomen.

Ilona Willemars is advocaat bij HVG en gespecialiseerd in vennootschapsrecht, aandelen gerelateerde beloningen en joint ventures.

Nieuws van HVG Law Blogs ontvangen?